Bij de vaststelling van het recht op beschermd wonen wordt aangegeven of begeleiding in groepsverband (dagbesteding) nodig is. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien:
een betrokkene geen reguliere arbeid verricht;
een betrokkene vanuit een voorliggende voorziening geen (aangepaste vorm van) arbeid heeft;
een betrokkene is aangewezen op dagbesteding, met als doel een andersoortige vorm van dagstructurering dan arbeid of school (denk aan 65-plussers) en tevens als doel de zelfredzaamheid, de cognitieve capaciteiten en de vaardigheden zoveel mogelijk te handhaven en/of de gedragsproblematiek te reguleren.
Verder geldt het volgende:
De omvang van dagbesteding wordt op basis van het zorgprofiel bepaald;
Als dagbesteding nodig is, moet apart worden aangegeven of er een medische noodzaak is voor vervoer van en naar de dagbesteding, dan wel dat betrokkene niet in staat is zelfstandig te reizen.