Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 4

Criteria

Onderdeel van Beleidsregels beschermd wonen licht verstandelijk beperkten

De gemeente stelt vast of betrokkene tot de doelgroep behoort waarvoor de maatwerkvoorziening beschermd wonen licht verstandelijk beperkten bedoeld is. Dit gebeurt aan de hand van de volgende criteria. Deze maatwerkvoorziening wordt niet toegekend wanneer de problemen die de betrokkene ondervindt in het zich zelfstandig handhaven in de samenleving op te lossen zijn: met een andere (voorliggende) voorziening, zoals Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet langdurige zorg (Wlz), Wet forensische zorg, Verlengde jeugdzorg en / of; op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, mantelzorg, hulp van andere personen uit het sociale netwerk, gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of voorliggende voorzieningen, (para)medische zorg en / of door extramurale begeleiding. Toelating tot deze maatwerkvoorziening is aan de orde mits de volgende criteria cumulatief van toepassing zijn: mensen met een (licht) verstandelijke beperking (IQ 50-85 met problemen in de sociale redzaamheid); die een tijdelijke urgente behoefte hebben aan een vorm van 24-uurs beschikbaarheid van zorgverlening en begeleiding; die enerzijds niet in aanmerking komen voor de Wlz, omdat niet aantoonbaar is dat een voorziening levenslang noodzakelijk is; die wel voldoen aan de indicatiecriteria CIZ van de ZZP’s VG 1 tot en met 4 en LVG 1 tot en met 4, met uitzondering van de eis ‘levenslang en levensbreed’ en het leeftijdscriterium, en voor wie anderzijds maximale inzet uit de Wmo van ambulante begeleiding, dagbesteding, mantelzorg en andere informele ondersteuning tijdelijk niet voldoende is.

Rechtspraak bij dit artikel