I.In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders;
wet: de Wet werk en bijstand;
bijstandsnorm: de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de
wet;
WIJ-norm; de op grond van hoofdstuk 4 van de Wet investeren in
jongeren van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd
met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde
verhoging of verlaging;
peildatum: de datum waartegen langdurigheidstoeslag wordt
aangevraagd;
referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
peildatum;
inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met
dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een
beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de
referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van
artikel 32 van de wet voor de beoordeling van het recht op
langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;
gehuwdennorm: de norm van artikel 21 onderdeel c van de
wet.