**1..** Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder:
de wet: de Participatiewet;
minimuminkomen: een inkomen van ten hoogste 115% van de voor de belanghebbende op datum aanvraag geldende bijstandsnorm, alsmede, voor de toepassing van artikel 25 een inkomen van ten hoogste 130% van de voor de belanghebbende op datum aanvraag geldende bijstandsnorm;
bescheiden vermogen: een vermogen van maximaal het in artikel 34 van de wet genoemde bedrag;
bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35 lid 1 van de wet;
reserveringsruimte: mogelijkheid om te reserveren; deze is gesteld op 8% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm;
meldingsdatum: de datum waarop de belanghebbende zich gemeld heeft met het verzoek om bijzondere bijstand aan te vragen.
**3..** Onder “toepasselijke bijstandsnorm” in deze beleidsregel wordt bedoeld de bijstandsnorm die op het huishouden van de aanvrager van toepassing is als bedoeld in de wet. Het betreft hier de feitelijke, van toepassing zijnde norm.
**4..** Onder “geldende bijstandsnorm”, zoals bedoeld in lid 2 sub b wordt bedoeld:
voor belanghebbenden jonger dan 21 jaar de normen zoals opgenomen in artikel 20 lid 1 en 2 van de wet;
Voor de alleenstaande of alleenstaande ouder van 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd de norm zoals opgenomen in artikel 21 aanhef sub a van de wet;
voor de gehuwden beiden 21 jaar of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd de norm zoals opgenomen in artikel 21 aanhef sub b van de wet;
voor de alleenstaande of alleenstaande ouder die de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt de norm zoals opgenomen in artikel 22 aanhef sub a van de wet;
voor de gehuwden waarvan één of beiden de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt de norm zoals opgenomen in artikel 22 aanhef sub b van de wet.
**5..** In afwijking van lid 4 geldt voor de belanghebbende die in een inrichting verblijft de norm zoals bedoeld in artikel 23 van de wet.
Artikel 1