Naar hoofdinhoud
1.. Voor reiskosten is in de navolgende gevallen bijzondere bijstand voor een belanghebbende mogelijk: reiskosten in verband met bezoek aan een tijdelijk en langer dan 6 weken elders verblijvende partner en minderjarige kinderen in detentie of inrichting, waarbij de partner en minderjarige kinderen voor de detentie of verblijf in de inrichting woonachtig moet zijn geweest op het adres waar de belanghebbende woont. Voor het bezoek aan de partner geldt een vergoeding op basis van een frequentie van maximaal één keer per week en voor het bezoek aan een minderjarig kind maximaal één keer per dag. De frequentie wordt op basis van noodzaak individueel bepaald; reiskosten in verband met bezoek aan een minderjarig uit huis geplaatst kind. De vergoeding wordt op basis van een frequentie van maximaal één keer per dag bepaald. De frequentie wordt op basis van noodzaak individueel bepaald; reiskosten in verband met studie van een minderjarig ten laste komend kind in het voortgezet onderwijs, voorzover het onderwijs niet binnen de gemeente Weert gevolgd kan worden. 2.. In afwijking van lid 1 is geen bijzondere bijstand mogelijk indien de kortste enkele reisafstand van deur tot deur 10 kilometer of minder bedraagt. 3.. Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt aansluiting gezocht bij het bedrag voor het openbaar vervoer. 4.. In afwijking van lid 3 kan op verzoek van belanghebbende een bedrag dat gelijk is aan de onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers op grond van de Wet op de inkomstenbelasting (nu: € 0,19 per kilometer) worden verstrekt indien: openbaar vervoer niet mogelijk is of gevergd kan worden of een eigen vervoermiddel beschikbaar is en de kilometervergoeding lager is dan de reiskosten van het openbaar vervoer.

Rechtspraak bij dit artikel