Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een woonkostentoeslag verlenen bij een: huurwoning, waarvan de huurlasten beneden de maximale huurgrens van de Huurtoeslag liggen; huurwoning, waarvan de huurlasten boven de maximale huurgrens voor de Huurtoeslag liggen, of bij een koopwoning. 2.. De hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand is ingeval van een huurwoning afhankelijk van de huurprijs en wordt in aanvang vastgesteld overeenkomstig de berekening huurtoeslag tot de maximale huurgrens. 3.. De hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand is ingeval van een eigendomswoning afhankelijk van de eigendomslasten. Hieronder wordt verstaan de rente die verband houdt met de woning – de verschuldigde hypotheekrente – plus de zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom. Onder deze zakelijke lasten vallen de rioolrechten, het eigenaarsdeel van de waterschapslasten, erfpachtcanon, premies van verzekeringen tegen brand- en stormschade voor de opstallen en het eigenaarsdeel van de onroerende zaakbelasting en, voor zover aanwezig, de kosten van centrale verwarming, liftinstallatie en algemeen beheer en administratie. De kosten van groot onderhoud worden gerekend tot de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en als zodanig niet toegerekend aan de zakelijke lasten. 4.. Als een woonkostentoeslag als bedoeld in lid 1 onder b of c verleend wordt envoorzienbaar is dat, bij ongewijzigd huurtoeslagbeleid, de woonkostentoeslag het volgendhuurtoeslag jaar ook nodig zal zijn kan, indien dit naar het oordeel van het college in redelijkheid gevergd kan worden, een verhuisverplichting opgelegd worden. 5.. Als de belanghebbende een verhuisverplichting heeft en redelijke pogingenondernomen heeft om woonruimte te verkrijgen en dit niet gelukt is, kan debijstand worden verlengd. 6.. De verhuisverplichting wordt niet opgelegd bij bijstandsverlening voor woonkosten aanbewoners van een eigen woning als bedoeld in lid 1 onder c, zolang de bijstandverstrekt wordt onder voorwaarde van een gevestigde krediethypotheek. 7.. Woonkostentoeslag in situaties als bedoeld in lid 1 onder a is alleen mogelijk in het geval er sprake is van dubbele woonlasten voor een periode van maximaal 2 maanden. 8.. Als op grond van lid 3 of 4 een verhuisverplichting wordt opgelegd kan, in afwijking van lid 2, de woonkostentoeslag verhoogd worden met een bedrag gelijk aan 50% van de in aanmerking te nemen woonkosten voorzover zij de maximale huurgrens voor de Huurtoeslag overstijgen. 9.. Indien en voor zover een belanghebbende een voorlopige teruggaaf vanwege de hypotheekrente aftrek maandelijks ontvangt, wordt deze teruggaaf beschouwd als inkomen in de zin van artikel 32 lid 1 van de wet. Met deze teruggaaf wordt aldus rekening gehouden bij de (maandelijkse) draagkrachtberekening voor de woonkostentoeslag. 10.. Het draagkrachtpercentage bedraagt 100% over de ruimte boven de toepasselijkebijstandsnorm.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel