Naar hoofdinhoud
1.. Voor individuele bijzondere bijstand komt in aanmerking de belanghebbende met een minimuminkomen en een bescheiden vermogen of een inkomen boven het minimuminkomen en bescheiden vermogen voor zover de noodzakelijke kosten zijn draagkracht te boven gaan. 2.. Bij de draagkrachtberekening wordt uitgegaan van de middelen in de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat. Indien er sprake is van sterk wisselende inkomsten kan worden afgeweken van de eerste volzin en het inkomen worden bepaald door het gemiddelde inkomen van de maand waarin het recht op bijstand ontstaat plus de twee daaraan voorafgaande maanden als uitgangspunt te nemen. 3.. Voor de draagkracht wordt meegenomen 45% van het inkomen boven het minimuminkomen en het volledige vermogen boven het bescheiden vermogen. 4.. Bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) is uitgesproken of die tot een minnelijk schuldregelingstraject (MSNP) op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is toegelaten en bij executoriaal beslag op een inkomen, wordt de draagkracht op nihil vastgesteld. 5.. Bij de berekening van de draagkracht wordt de eventuele verstrekking op grond van categoriale bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag of individuele studietoeslag buiten beschouwing gelaten. 6.. Bij de bepaling van het inkomen wordt rekening gehouden met de bepalingen in artikel 31 lid 2 van de wet. 7.. De draagkracht wordt berekend voor een periode van maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijstand ontstaat. 8.. Indien een recht op periodieke bijzondere bijstand bestaat, wordt de bijstand toegekend voor een periode vanaf de ingangsdatum van de bijstand tot (maximaal) het einde van de vastgestelde draagkrachtperiode. Via een ambtelijk (her)onderzoek wordt besloten of voortzetting van de bijzondere bijstandsverlening na de laatste dag van dit tijdvak noodzakelijk is. 9.. In afwijking van lid 8 wordt voor de belanghebbende ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd de draagkracht eenmalig vastgesteld voor de duur van het leven, danwel tot het moment dat belanghebbende niet langer in Weert woont. 10.. In afwijking van lid 8 wordt voor de belanghebbende die een uitkering voor de kosten van levensonderhoud op grond van de wet ontvangt de draagkracht eenmalig vastgesteld tot het moment waarop de algemene bijstand zal worden beëindigd. Via een ambtelijk (her)onderzoek wordt besloten of voortzetting van de bijzondere bijstandsverlening na deze einddatum noodzakelijk is. 11.. De bijstand wordt uitbetaald nadat de berekende draagkracht volledig is verdisconteerd. 12.. Geen gebruik wordt gemaakt van de in artikel 35 lid 2 van de wet toekomende bevoegdheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel