De rekenkamercommissie bestaat uit tenminste twee leden, die door de
raad van buiten de kring van zijn leden worden benoemd.
De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in
een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van
de raad de eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar)
dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden,
rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk
voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer
(verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te
laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb
aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal
zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik
mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en
geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat
verklaar en beloof ik!)”
De raad benoemt één van de leden genoemd in lid 1 als
voorzitter. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en
periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de
rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het
bewaken van de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige
besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de
leden en met het secretariaat.
paragraaf 2,
Artikel 3
Samenstelling rekenkamercommissie
Onderdeel van Verordening op de Rekenkamercommissie Ouder-Amstel 2010