De rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de
uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde
onderzoeksopzet.
De rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad
tussentijds te informeren.
De rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het
gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en
schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor
de uitvoering van het onderzoek. Dit geldt ook ten aanzien van
bestuurders en medewerkers van instellingen als bedoeld in
art.2, lid2. De rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het
inwinnen van inlichtingen mandateren aan de ambtelijk secretaris
en andere medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak
terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de
ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde
inlichtingen binnen de door de rekenkamercommissie gestelde
termijn te verstrekken.
De rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid. Haar rapporten
zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10
van de Wet openbaarheid van bestuur kan de rekenkamercommissie
rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten
daarvan, als geheim aanmerken. De leden van de
rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de
rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot
geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid als lid,
respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen.
De rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen
beleggen.
De rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om
binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee
weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de
rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen
wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is
geweest of personen die informatie hebben verschaft. De
rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden
aangemerkt.
Na het ambtelijk wederhoor ten aanzien van de feiten, zoals
bedoeld in lid 6, formuleert de rekenkamercommissie haar
conclusies en aanbevelingen en legt deze met het feitenonderzoek
vast in een conceptrapport.
De rekenkamercommissie stelt het bestuur in de gelegenheid om
binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee
weken bedraagt, zijn zienswijze op het conceptrapport aan de
rekenkamercommissie kenbaar te maken. Indien het college niet
tijdig reageert, kan de rekenkamercommissie van het bestuurlijk
wederhoor af zien.
Na vaststelling door de rekenkamercommissie wordt het
onderzoeksrapport zo spoedig mogelijk, aan de raad aangeboden.
Hierbij wordt de bestuurlijke reactie van de zijde van het
college gevoegd voorzien van een nawoord van de zijde van de
rekenkamercommissie. De raad bespreekt de onderzoeksresultaten
op basis van het rapport. De raad spreekt zich uit over de
aanbevelingen.
Paragraaf 3,
Artikel 9
Uitvoering van het onderzoek en rapportage
Onderdeel van Verordening op de Rekenkamercommissie Ouder-Amstel 2010