Naar hoofdinhoud
In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Awb is de subsidieontvanger aan het bestuur een vergoeding van vermogenswaarden verschuldigd. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding, zoals bedoeld in artikel 4:41, tweede lid van de Awb wordt uitgegaan van: a.de waarde van de goederen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstipwaarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval vaneen aanspraak op schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zakenwordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvangerwordt ontvangen; de mate waarin de subsidiëring door stichting Cultuur Eindhoven heeft bijgedragen tot het verwerven van eigendommen of het vormen van vermogen; als het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling, zoals bedoeld in het vorige lid door een onafhankelijke deskundige. Het bestuur kan besluiten dat geen vergoeding verschuldigd is als de activiteiten of werkzaamheden van de subsidieontvanger worden overgenomen en voortgezet door een rechtspersoon met een gelijke of nagenoeg gelijke doelstelling en de activa en passiva tegen boekwaarde worden overgenomen. Iedere subsidieontvanger is verplicht stichting Cultuur Eindhoven op een passende manier te vermelden in publiciteits- en communicatie uitingen. Iedere subsidieontvanger geeft toestemming aan het bestuur (delen van) de aanvraag of het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging gebeurt alleen als verantwoording van de werkzaamheden van stichting Cultuur Eindhoven. Het bestuur kan de subsidieontvanger bij de beschikking ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel