Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 6.

Zittingsduur en vacatures

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies Nieuwegein 2018

De zittingsperiode van een lid en van de (plaatsvervangend) voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. Een lid kan niet meer deelnemen aan een raadscommissie indien deze niet meer voldoet aan de in artikel 4 gestelde eisen. De raad kan een commissielid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het commissielid is benoemd. De fractie kan hierbij aangeven dat het betreffende lid in afwachting van de behandeling van het voorstel is geschorst. Het voorzitterschap eindigt op het moment dat de voorzitter niet langer raadslid is,dan wel door de raad ontslag is verleend. Een commissielid of de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Indien door overlijden of ontslag van een voorzitter een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan. Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Indien fracties splitsen of indien een of meer leden als zelfstandige fractie gaan optreden, vervalt van rechtswege het lidmaatschap van commissieleden die door de oorspronkelijke fractie zijn voorgedragen en kan per fractie (de oorspronkelijke en nieuw ontstane fracties) maximaal één commissielid benoemd worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel