De eerste keer dat het college een verwijtbaar niet naleven van een geüniformeerde arbeidsverplichting vaststelt, bedraagt de verlaging honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een bij deze verordening vastgestelde periode (artikel 18, vijfde lid, eerste volzin, van de Participatiewet).
Bij het vaststellen van de duur van de verlaging is de ernst van de gedraging leidend. Voor overtredingen van de in artikel 18, vierde lid genoemde verplichtingen bedraagt de duur één maand.
Artikel 10.Duur
verlaging bij schending geüniformeerde arbeidsverplichting
Onderdeel van Afstemmingsverordening 2018