Het bepaalde in deze afdeling is van toepassing in de volgende
gemeenten:
Amstelveen;
Amsterdam;
Beemster;
Diemen;
Landsmeer;
Oostzaan;
Ouder-Amstel;
Purmerend;
Waterland;
Wormerland;
Zeevang.
In de gemeenten Amstelveen, Beemster, Diemen, Landsmeer, Oostzaan,
Ouder-Amstel, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zeevang worden als
zelfstandige woonruimten bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen
alle huurwoningen met een rekenhuur tot het maximumbedrag uit de Wet
op de Huurtoeslag (647,53,- euro prijspeil 1 juli 2009).
In de gemeente Amsterdam worden als zelfstandige woonruimten als
bedoeld in artikel 5 van de wet aangewezen alle huurwoningen met een
rekenhuur tot de tweede aftoppingsgrens (548,18,- euro prijspeil 1
juli 2009).
In de gemeenten Amstelveen, Amsterdam, Landsmeer, Oostzaan,
Ouder-Amstel en Purmerend worden tevens als woonruimten als bedoeld
in artikel 5 van de wet aangewezen alle nieuwbouwkoopwoningen met
een koopprijs beneden de koopprijsgrens (163.625 euro prijspeil 1
januari 2009) die in gebruik worden genomen door de eigenaar ervan
en die niet eerder bewoond zijn geweest.
In afwijking van het tweede tot en met het vierde lid is deze
afdeling niet van toepassing op:
Onzelfstandige woonruimte en woonruimte voor inwoning;
Woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen;
Woonwagens en standplaatsen voor woonwagens;
De complexen genoemd in bijlage één behorende bij deze
verordening.
Hoofdstuk 2 › AFDELING I › Paragraaf 1
Artikel 2
Werkingsgebied
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010