Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken,
indien:
de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de
vergunning geen gebruik meer te willen maken;
de vergunninghouder de in de vergunning vermelde standplaats niet
binnen de genoemde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder
verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan
vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Hoofdstuk 2 › AFDELING II › Paragraaf 6
Artikel 25
Intrekken vergunning
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010