Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning de volgende
voorwaarden en voorschriften verbinden:
het toevoegen van een of meer naar het oordeel van burgemeester en
wethouders gelijkwaardige woonruimte aan de woonruimtevoorraad
(reële compensatie);
het betalen van een financiële compensatie bij onttrekking van ten
hoogste 12% van de WOZ-waarde van de woonruimte waarvoor de
onttrekkingsvergunning is aangevraagd;
de samenvoeging levert een woonruimte op met een huur- of koopprijs
beneden de huur- of koopprijsgrens of
een te krap wonend huishouden woont na de samenvoeging van
woonruimte overeenkomstig artikel 10 passend.
Indien burgemeester en wethouders de voorwaarde genoemd in het
eerste lid onder b aan een vergunning willen verbinden, stellen zij
de hoogte van de financiële compensatie vast.
Burgemeester en wethouders kunnen beslissen tot:
geheel of gedeeltelijke vrijstelling van compensatie zoals bedoeld
in het eerste lid onder b;
het verlenen van een vrijstelling bij samenvoeging indien door de
eigenaar-bewoner een investering is gedaan ten behoeve van
noodzakelijk bouwkundige herstel.
Indien op grond van het derde lid onder b vrijstelling wordt
verleend hangt de vrijstelling af van de hoogte van de investering
in relatie tot de economische waarde van de kleinste woning.
De te ontvangen compensatie als bedoeld in eerste lid onder b, wordt
gestort in het lokale volkshuisvestingsfonds, dat wordt gebruikt
voor het realiseren van nieuwe woonruimte.
Hoofdstuk 3 › AFDELING I › Paragraaf 3
Artikel 36
Voorwaarden en voorschriften
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010