Huurwoningen worden zoveel mogelijk met voorrang toegewezen
aan huishoudens met een inkomen als bedoeld in artikel 8,
tweede lid van het besluit.
Het inkomen van het huishouden staat in een redelijke
verhouding tot de huur- of koopprijs van de woonruimte zoals
geformuleerd in bijlage twee. De volgende rekenregels zijn
van toepassing:
woonruimten met een rekenhuur tot de eerste aftoppingsgrens
zijn passend voor huishoudens bestaande uit één of twee
personen met een zodanig inkomen dat zij een beroep kunnen
doen op een huurtoeslag;
woonruimten met een rekenhuur tot de tweede aftoppingsgrens
zijn passend voor huishoudens bestaande uit drie of meer
personen met een zodanig inkomen dat zij een beroep kunnen
doen op een huurtoeslag.
In afwijking van het gestelde in het tweede lid
geldt voor de gemeente Amsterdam
dathuurwoningen met een rekenhuur tot 64%
van de rekenhuur genoemd in artikel 13, eerste lid
onder a en e van de Wet op de huurtoeslag slechts
worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen
tot 130% van het inkomen genoemd in artikel 14,
eerste lid, aanhef en onder b van de Wet op de
huurtoeslag (afgerond op tien euro).
Burgemeester en wethouders kunnen indien de toestand
op de woningmarkt daarvoor aanleiding is andere
inkomenscriteria vaststellen dan die worden genoemd
in het tweede en derde lid.
Burgemeester en wethouders informeren het dagelijks
bestuur binnen één maand na vaststelling van
afwijkende inkomenscriteria genoemd in het derde lid
over die afwijkende criteria.
Hoofdstuk 2 › AFDELING I › Paragraaf 3
Artikel 9
Passendheid: relatie huur- inkomen
Onderdeel van Regionale Huisvestingsverordeningen Stadsregio Amsterdam 2010