Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Artikel 7

Onderdeel van Hypotheekverordening 1997

1.De lening zal worden verstrekt tegen de algemeen geldende hypotheekrente met dien verstande, dat geen hogere rente wordt bedongen dan die, welke de gemeente zelf op het tijdstip van het verlenen van de geldlening voor door haar aan te gane geldleningen met eenzelfde looptijd als die van de hypothecaire geldlening verschuldigd is, met dien verstande dat voor het verstrekken van een hypotheek met een looptijd van 25 jaar het door de Bank Nederlandse Gemeenten opgegeven (indicatie)tarief voor leningen met een looptijd van 25 jaar rentevast zal worden gehanteerd. 2.Telkens na een periode van vijf jaar kan het rentepercentage op schriftelijke aanvraag van de geldnemer worden herzien. Een dergelijke aanvraag dient uiterlijk 12 weken voor de renteherzieningsdatum te worden ingediend. Wanneer een renteherzieningsaanvraag niet wordt ingediend dan wordt aangenomen dat de geldnemer geen gebruik wil maken van de mogelijkheid tot renteherziening. Het rentepercentage blijft alsdan de daarop volgende periode van vijf jaar ongewijzigd. 3.Indien de geldnemer gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot renteherziening heeft de gemeente het recht telkenmale vijf jaar na de laatst plaatsgevonden herziening het rentepercentage nader vast te stellen op de dan voor de gemeente geldende marktrente. Een aldus door de gemeente opgelegde renteherziening zal echter nimmer tot gevolg kunnen hebben dat het nieuwe percentage hoger uitkomt dan het oorspronkelijk vastgestelde percentage.

Rechtspraak bij dit artikel