Naar hoofdinhoud
1.. Belanghebbenden met een inkomen dat hoger is dan de gemeentelijk vastgestelde inkomensgrens worden in beginsel geacht reserveringsruimte te hebben. 2.. De reserveringsruimte als bedoeld in het eerste lid is 35% van het inkomen dat hoger ligt dan het inkomen boven de gemeentelijk vastgestelde inkomensgrens. 3.. Het ontbreken van (voldoende) reserveringsruimte, in verband met vrijwillige aflossing van schulden, wordt niet aangemerkt als een bijzondere omstandigheid, op grond waarvan bijzondere bijstand kan worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel