**1..** De draagkracht wordt vastgesteld voor een periode van een jaar, vanaf de eerste dag van de maand waarin de aanvraag voor bijzondere bijstand wordt ingediend, of waarop de bijstandsverlening betrekking heeft.
**2..** De belanghebbende die ten tijde van de aanvraag een bijstandsuitkering ontvangt op grond van de Participatiewet, wordt verondersteld in het draagkrachtjaar geen draagkracht te hebben, op grond van inkomen (als bedoeld in artikel 5).
**3..** Voor de vaststelling van de draagkracht als bedoeld in het eerste lid wordt de draagkracht die is vastgesteld per maand toegerekend naar een periode van een jaar.
**4..** De vastgestelde draagkracht als bedoeld in het eerste lid wordt in geval van incidentele bijzondere bijstand in één keer in mindering gebracht op de verstrekking.
**5..** In geval van periodieke verstrekking van bijzondere bijstand wordt de draagkracht verspreid over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt verstrekt en naar evenredigheid in mindering gebracht.
**6..** Bij elke volgende aanvraag voor bijzondere bijstand in het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de toepassing van de draagkracht, zoals bedoeld in het derde en vierde lid.
**7..** Een nieuwe aanvraag voor bijzondere bijstand binnen het draagkrachtjaar leidt tot het opnieuw vaststellen van de draagkracht en het draagkrachtjaar, wanneer een wijziging van het inkomen, het vermogen en/of de woon- en gezinssituatie hiertoe aanleiding geeft.
Artikel 7
Draagkracht (periode)
Onderdeel van BELEIDSREGELS INDIVIDUELE BIJZONDERE BIJSTAND 2016 WERK EN INKOMEN LEKSTROOM