Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

– Draagkrachtperiode

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Alphen-Chaam (versie maart 2018)

1.. De draagkrachtperiode is voor bijstandsgerechtigden gelijk aan de periode waarover algemene bijstand wordt ontvangen. 2.. In overige situaties wordt de draagkracht in het inkomen vastgesteld over een periode van 12 maanden, te rekenen vanaf de eerste dag van de maand waarop de verstrekking van de bijzondere bijstand betrekking heeft. 3.. Voor de vaststelling van de draagkracht als bedoeld in het vorige lid wordt de draagkracht die is vastgesteld per maand, toegerekend naar een periode van 12 maanden. 4.. De vastgestelde draagkracht als bedoeld in het tweede lid wordt in geval van incidentele bijzondere noodzakelijke kosten in één keer in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten. 5.. In geval van periodieke bijzondere noodzakelijke kosten wordt de draagkracht als bedoeld in het tweede lid gespreid over de maanden waarover de bijzondere bijstand wordt toegekend met een maximum van 12 maanden en naar evenredigheid in mindering gebracht op de in aanmerking komende kosten. 6.. Bij samenloop van incidentele en periodieke bijzondere noodzakelijke kosten wordt de draagkracht bij voorrang verrekend met de incidentele kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt toegekend. 7.. Wijzigingen in het inkomen of vermogen die zich voordoen gedurende de draagkrachtperiode en die ten tijde van het vaststellen van de draagkracht niet voorzienbaar waren, worden ten aanzien van reeds toegekende en/of uitgekeerde bijzondere bijstand in beginsel niet meegenomen. Wel dient bij iedere nieuwe aanvraag in de lopende draagkrachtperiode gecontroleerd te worden of het inkomen en vermogen zijn gewijzigd en of dat niet voorzienbaar was. 8.. Er wordt geen drempelbedrag gehanteerd (artikel 35 lid 2 Participatiewet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel