1.Aan de ambtenaar wiens bezoldiging, als gevolg van het buiten zijn
toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in artikel 14 een
blijvende verlaging ondergaat, wordt door burgemeester en wethouders een aflopende
toelage toegekend, indien:
die blijvende verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van
het salaris en de toelagen bedoeld in artikel 12 en
de ambtenaar de toelage, als bedoeld in artikel 14, direct
voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of
vermindering ervan, gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt aan de ambtenaar
van 55 jaar
of ouder, wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen
beëindigen of
verminderen van een toelage, als bedoeld in artikel 14, een blijvende
verlaging
ondergaat, een blijvende toelage toegekend indien:
-de ambtenaar de toelage als bedoeld in artikel 14 direct voorafgaande
aan het
tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan,
gedurende
tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten.
3.De in het eerste lid bedoelde aflopende toelage gaat, wanneer de
ambtenaar de
leeftijd van 55 jaar bereikt en hij, onmiddellijk voor de aanvang van
die toelage,
gedurende tenminste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking een toelage
als
bedoeld in artikel 14 heeft genoten, over in een blijvende toelage als
bedoeld in het
vorige lid.
4.Voor de toepassing van de voorgaande leden wordt onder wezenlijke
onderbreking
verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden.
5.Voor de bepaling van de in dit artikel bedoelde toelage zijn van
toepassing de nadere
regels zoals deze overeenkomstig artikel 18 van het Bezoldigingsbesluit
Burgerlijke
Rijksambtenaren 1984 door de minister van Binnenlandse Zaken zijn of in
de
toekomst zullen worden vastgesteld voor het rijkspersoneel.
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Verordening regelende de bezoldiging van het personeel in dienst van de gemeenteOuder-Amstel