1.In dit artikel wordt verstaan onder:
a Wet: de Wet op de kansspelen
b speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet;
c kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet;
d hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet;
e laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet.
2. In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten.
3. In laagdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan.
Afdeling 10A Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10
Artikel 2.42
Speelautomaten
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2018 gemeente Son en Breugel