Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders; markt: de door het college ingestelde warenmarkt; standplaats: de ruimte die voor de duur van een markt op het marktterrein is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel met een marktkraam of verkoopwagen die is ingericht ten behoeve van de markthandel; verkoopwagen: voertuig dat is ingericht ten behoeve van de markthandel, waaronder begrepen een motorvoertuig, een verkoopaanhangwagen, een markavan en andere door het college toegelaten verkoopinrichtingen; vaste standplaats: de standplaats die voor 10 jaar ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; dagplaats: de standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste plaats is toegewezen dan wel ingenomen; standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; standplaatshouder: degene die op de weekmarkt een standplaats inneemt.

Rechtspraak bij dit artikel