**1..** De houder van een vaste-standplaatsvergunning neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in.
**2..** De houder van een vaste-standplaatsvergunning neemt ten minste eenmaal per twee weken en ten minste tienmaal per dertien weken zijn plaats op een markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in het derde tot en met vijfde lid.
**3..** Indien de vergunninghouder niet aanwezig is om zijn vaste standplaats in te nemen, deelt hij dit schriftelijk mee aan het college. Hierbij wordt de reden, eventueel de verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en eventueel de naam van de beoogde vervanger doorgegeven.
**4..** De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de toezichthouder gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.
**5..** De vervanger als bedoeld in het derde lid treedt op namens de vergunninghouder. De rechten en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
**6..** Indien de vergunninghouder geen vervanger heeft tijdens zijn vakantie of bij bijzondere omstandigheden, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste-standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting als bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 9.