In deze verordening wordt verstaan onder:
bebouwde kom: het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart (bijlage 1) als zodanig is aangegeven.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
binnenstad: het gebied gelegen tussen de stadsgrachten en de Havendijk, zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart (bijlage 2).
bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening Tiel 2012 daaronder wordt verstaan.
college: het college van burgemeester en wethouders.
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan.
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
knalapparaten: gaskanonnen en overige apparaten die een impulsachtig geluid voortbrengen met als doel schadelijk gevogelte te verjagen.
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn.
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan.
overige verjagingsmiddelen: alle middelen, behalve knalapparaten en door menskracht of windkracht aangedreven verjagingsmiddelen, die gebruikt worden om schadelijk gevogelte te verjagen.
perceel: perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht.
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.
werkdagen: maandagen, dinsdagen, woensdagen, donderdagen en vrijdagen, voor zover de dagen niet zijn erkend als feestdag ex artikel 3 van de Algemene termijnenwet.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1:1