Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Inburgeringsverordening

De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid, bedraagt ten hoogste 10% van bijstandsnorm per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dat het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 34 onder a van de wet. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid, bedraagt ten hoogste 20% van bijstandsnorm per maand die voor de inburgeringsplichtige geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. Het bedrag van de bestuurlijke boete kan niet hoger zijn dat het maximale bedrag zoals genoemd in artikel 34 onder b van de wet. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,-- indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 en 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel