Het college bepaalt in overleg met de vrijwillige inburgeraar, uitgezonderd geestelijke bedienaren, de samenstelling van de voorziening. De voorziening wordt afgestemd op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke positie van de vrijwillige inburgeraar.
Een voorziening kan, naast datgene dat in de wet is geregeld, een of meer van de volgende onderdelen bevatten:
trajectbegeleiding en/of coaching;
het houden van voortgangsgesprekken;
een activiteit gericht op leren in de praktijk (vrijwilligerswerk of taalstage of een andere op participatie gerichte activiteit).