Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 13

Bestrijding van iepenziekte

Onderdeel van Bomenverordening 2005

1.. Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van de iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te vernietigen; de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte wordt voorkomen. 2.. het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren; 3.. het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter; 4.. het college kan ontheffing verlenen van het onder lid 2 gestelde verbod.

Rechtspraak bij dit artikel