Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Verlenings,- weigerings,- en opschortingsgronden

Onderdeel van Bomenverordening 2005

1.. Het college kan de vergunning om te vellen weigeren dan wel onder voorschriften verlenen. 2.. Een vergunning wordt geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van houtopstand: natuur- en milieuwaarden; landschappelijke waarden; cultuurhistorische waarden; beeldbepalendheid; waarden van stads- en dorpsschoon; waarden voor recreatie en leefbaarheid. 3.. In beginsel wordt geen vergunning verleend voor houtopstanden voorkomend op de vastgestelde lijst van monumentale bomen, als bedoeld in artikel 5. 4.. In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, de Flora en Faunawet, de Habitatrichtlijn, of andere regelgeving inzake natuurbescherming. 5.. Onverminderd het bepaalde in het 2e lid, wordt voor houtopstand in het openbaar gebied binnen de bebouwde kom in beginsel geen vergunning verleend, tenzij er sprake is van: aanleg of grootschalige herstructurering van nieuwe woningen of infrastructuur conform een door het bevoegd bestuursorgaan goedgekeurd bouwplan of projectplan, ophoging van woonwijken met herstructurering van de groenstructuur, waarbij onderzocht is hoe het bomenbestand zo goed mogelijk bewaard kan blijven; dunning van het bomenbestand, waarbij de groeiomstandigheden van individuele bomen door de groei van de groep bomen waarvan zij deel uitmaken, zichtbaar verslechteren; ernstige overlast. 6.. De beslissing op een aanvraag van een vergunning tot vellen kan worden opgeschort als de aanvraag is ingediend in samenhang met de realisatie van een ander vergunningplichtig werk, zolang op die andere vergunningaanvraag niet is beslist. 7.. Een vergunning tot vellen kan worden opgeschort of geweigerd, nadat een bouw- of aanlegvergunning is verleend, indien de rechthebbende aanvrager van de vergunning tot vellen niet, of niet tijdig, of niet volledig de aanwezigheid van een beeldbepalende of anderszins waardevolle houtopstand heeft aangemeld aan het college. 8.. Het college verwijst ter motivering van de in lid 2, 3, 4, 5 en 6 van dit artikel genoemde criteria naar de hieraan ten grondslag liggende beleidsregels. 9.. De Burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel