Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet en bewoners van een instelling genoemd in artikel 1 van de Regeling sociaal vervoer AWBZ-instellingen die een zelfstandige vervoersbehoefte hebben, kunnen voor de in artikel 24, onder b. en c. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer
a.aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 24 onder a., onmogelijk maken, of
b.een collectief systeem als bedoeld in artikel 24 onder a., niet aanwezig is.
Hoofdstuk 5.
Artikel 26
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Baarn 2007