Het college kan het recht op de voorziening of ondersteuning beëindigen:
indien een persoon uit de doelgroep die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen, bedoeld in artikel 5 niet nakomt;
indien een persoon die deelneemt aan een voorziening niet meer tot de doelgroep, bedoeld in artikel 2 behoort;
indien een voorziening naar het oordeel van het college niet langer nodig is.