Burgemeester en wethouders dragen een burgemeester of een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.
Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1.1 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.
Toelichting
Artikelen 2.1.1 en 2.1.2
Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt, zijn er enkele verschillen in de wetgeving t.a.v. de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen de burgemeester enerzijds en wethouders anderzijds. De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk.
Artikel 2.1.3
Om te voorkomen dat belangenverstrengeling ontstaat of de schijn daarvan gewektwordt, is in dit artikel een aantal concrete normen vastgelegd.
In het eerste lid is vastgelegd dat de burgemeester en wethouders hun financiële belangen in ondernemingen en organisaties melden. Bij een financieel belang moet gedacht worden aan het zijn van eigenaar, aandeelhouder, of stille vennoot van een bedrijf. Niet alle financiële belangen hoeven te worden gemeld. Het gaat alleen om die bedrijven waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt.
De gemelde financiële belangen worden openbaar gemaakt, op dezelfde wijze alsnevenfuncties openbaar worden gemaakt.
Het tweede lid schrijft voor dat een bestuurder de gemeente niet magvertegenwoordigen in onderhandelingen en zakelijke gesprekken zonder een ambtenaar aan zijn zijde. Zou een bestuurder dergelijke gesprekken alleen voeren dan is hij kwetsbaar voor suggesties van bevoordeling. Dat voorgesteld wordt een ambtenaar aanwezig te laten zijn, is daarom ter bescherming van de bestuurder.
Het derde lid lijkt vanzelfsprekend, maar worden toch nadrukkelijk
vastgelegd. Normen en waarden die verband houden met integriteit zijn er immers niet alleen voor een bestuurder om de grenzen aan te geven, maar ook voor de burger. Het derde lid is streng geformuleerd: ook wanneer een bestuurder van mening is dat hij zijn persoonlijke betrekkingen goed kan scheiden van zijn verantwoordelijkheid als lid van het gemeentebestuur, moet hij zich toch onthouden van stemming. De schijn van belangenverstrengeling kan ook schadelijk zijn voor de gemeente, maar ook voor de bestuurder zelf.
Artikelen 2.3 en 2.4
In deze bepalingen is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. In 2.3gedurende 1 jaar na aftreden de uitsluiting van betaalde werkzaamheden ten behoeve van de gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden.
Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten . Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie is waarin de provincie of gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien die organisatie failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt.
En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht.
Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de voormalige gemeente, is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren. De draaideurconstructie geldt natuurlijk niet bij aanvaarding van het raadslidmaatschap.
Het bepaalde in artikel 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente.
Hoofdstuk › Paragraaf 2.
Artikel 2.4
Artikel 2.4
Onderdeel van Gedragscode integriteit burgemeester en wethouders Woerden 2017