Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Samenstelling, benoeming , zittingsduur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie gemeenten Pekela en Veendam

1.. Het Algemeen Bestuur benoemt uit zijn midden een Dagelijks Bestuur op voordracht van de twee Colleges van burgemeester en wethouders. 2.. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit één wethouder per gemeente en de voorzitters van beide Colleges. 3.. Voor elk lid van het Dagelijks Bestuur wijst het Algemeen Bestuur een plaatsvervangend lid aan, dat dezelfde Deelnemer vertegenwoordigt als het te vervangen lid. 4.. De leden van het Dagelijks Bestuur treden af als lid van het Dagelijks Bestuur met ingang van de dag waarop de zittingsperiode van het Algemeen Bestuur afloopt. Zij blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop het Algemeen Bestuur een nieuw Dagelijks Bestuur heeft aangewezen. 5.. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan deze functie te allen tijde neerleggen. 6.. Degene die tussentijds ophoudt lid van het Algemeen Bestuur te zijn, houdt tevens op lid van het Dagelijks Bestuur te zijn. 7.. Indien er tussentijds één of meer vacatures in het Dagelijks Bestuur ontstaan, wijst het Algemeen Bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Dit gebeurt op voordracht van het College van burgemeester en wethouders wiens vertegenwoordiger is afgetreden/ontslagen. Tot die tijd kunnen de resterende leden van het Dagelijks Bestuur geldige besluiten nemen. 8.. Een lid van het Dagelijks Bestuur kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen als dit lid niet langer het vertrouwen van het Algemeen Bestuur geniet. De artikelen 49 en 50 Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. Op het ontslagbesluit is artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 9.. De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan de raadsperiode; in bijzondere situaties kan het Algemeen Bestuur besluiten van deze algemene regel af te wijken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel