**1..** Als een klant op onverantwoorde wijze inteert op zijn vermogen, wordt een verlaging opgelegd, waarbij:
de hoogte van de verlaging 20 procent van de uitkeringsnorm is en
de duur van de verlaging gelijk is aan het aantal maanden dat geen beroep had hoeven te worden gedaan op een uitkering.
**2..** Aan een klant die onvoldoende tracht zijn uitkering te verlagen door een beroep te doen op a. de verplichting om over te gaan tot boedelscheiding;
het vorderen van kinderalimentatie dan wel partneralimentatie;
een andere wijze geen of onvoldoende gebruik maakt van een voorliggende voorziening.wordt een verlaging opgelegd van 20 procent van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand.
**3..** Als een klant door eigen toedoen geen aanspraak (meer) kan maken op een voorliggende voorziening, wordt een verlaging van 100 procent van de uitkeringsnorm gedurende 1 maand opgelegd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 11.