Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 13.

Samenloop van gedragingen (Participatiewet art. 17, 18 lid 4, 18b, , IOAW art. 20 en IOAZ art. 20)

Onderdeel van Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nieuwegein houdende regels omtrent afstemming Afstemmingsverordening Nieuwegein 2018

1.. Aan de klant die met zijn gedrag de inlichtingenverplichting, de geüniformeerde of niet-geüniformeerde verplichtingen in deze verordening of de Participatiewet schendt, wordt: als sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere verplichtingen, één verlaging opgelegd. Voor het bepalen van de hoogte en duur van de verlaging wordt uitgegaan van de gedraging waarop de hoogste verlaging is gesteld; als sprake is van één gedraging, waarvoor een bestuurlijke boete wordt opgelegd, wordt geen verlaging opgelegd; als sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze verlagingen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de klant, niet verantwoord is; als sprake is van meerdere gedragingen, waarvoor een verlaging en bestuurlijke boete kan worden opgelegd, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke verlaging en boete opgelegd, tenzij dit gelet op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende niet verantwoord is. 2.. Aan de klant, die door zijn gedraging blijvend of tijdelijk een uitkering is geweigerd op grond van artikel 20 lid 1 van de IOAW of artikel 20 lid 2 van de IOAZ, wordt geen verlaging opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel