Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:28

Exploitatie openbare inrichting

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Bernheze 2018

1.. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. De burgemeester weigert de vergunning indien: de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; voor de exploitatie van een openbare inrichting tevens een vergunning op basis van de Drank- en Horecawet is vereist en deze vergunning is geweigerd; 3.. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar diens oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4.. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; een zorginstelling; een museum; een bedrijfskantine of –restaurant; een school 5.. De burgemeester kan op verzoek of ambtshalve vrijstelling verlenen van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien: er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in het tweede en derde lid; zich in de zes maanden voorafgaand aan de aanvraag van een vergunning als bedoeld in het eerste lid geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en/of –handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel: de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en zich er geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in het tweede en derde lid. 6.. De burgemeester kan vrijstelling verlenen van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen voor zover deze niet een horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet en voor zover de activiteiten van de openbare inrichting ondergeschikt zijn aan de hoofdactiviteit. 7.. De vergunning of de vrijstelling kan door de burgemeester worden ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder b. 8.. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictie beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel