1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het

Besluit in de openlucht een geluidsapparaat, een (recreatie)toestel of een (bouw)machine in

werking te hebben op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de

omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.

  • - Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.
  • - Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod niet van toepassing is op

het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangewezen categorieën van

geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt voldaan aan de

door het college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of beperking van

(geluid)hinder.

  • - De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer betreffen:
    • - het maximale geluidsniveau;
    • - de situering van geluidsbronnen;
    • - de frequentie en tijden van gebruik.
  • - Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve

beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.