Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4:

Artikel 4.2

Wettelijke voorwaarden pgb

Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp Opsterland 2018

De gemeente is niet bevoegd om de voorwaarden en weigeringsgronden voor het verstrekken van een pgb in de gemeentelijke verordening uit te breiden ten opzichte van de wet. Een weigering van een pgb moet dus zijn gebaseerd op het niet voldoen aan een van de wettelijke voorwaarden of het van toepassing zijn van een van de wettelijke weigeringsgronden. De wettelijke voorwaarden zijn conform artikel 8.1.1 van de Jeugdwet de volgende: Indien de jeugdige of zijn ouders dit wensen, verstrekt het college hun een persoonsgebonden budget dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken. Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de jeugdige of zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, niet passend achten; en naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouders van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is. Bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk. Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren: voor zover de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de individuele voorziening, of indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 8.1.4, eerste lid, onderdeel a, d of e (“Het college kan een beslissing aangaande een persoonsgebonden budget herzien dan wel intrekken, indien het college vaststelt dat:a. de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid,(…) d. de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van het persoonsgebonden budget, of e. de jeugdige of zijn ouders het persoonsgebonden budget niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het bestemd is”). In lijn met de genoemde wettelijke bepalingen en artikel 11 van de Verordening zijn de voorwaarden samengevat: Bekwaamheid. Keuze voor PGB motiveren. Waarborgen goede kwaliteit voorzieningen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel