Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.

Artikel 2.2.

Evenwichtige verdeling en financiering

Onderdeel van Verordening Participatie 2015

1.. Het college biedt aan een persoon uit de doelgroep en voor zover het college dat noodzakelijk acht een voorziening aan. 2.. Het college kan de voorziening, bedoeld in de artikelen 2.4, 2.6, 2.7, 2.8 en 2.9., aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep waarbij het te bereiken resultaat economische zelfredzaamheid is. 3.. Het college kan de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 2.5. en 2.8 aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep waarbij het te bereiken resultaat vooralsnog sociale zelfredzaamheid is 4.. Bij de keuze van de mogelijkheden van ondersteuning en het aanbieden van voorzieningen en de invulling daarvan, biedt het college maatwerk. Daarbij wordt door het college een afweging gemaakt, waarbij gekeken wordt of de voorziening, gelet op de omstandigheden, mogelijkheden, capaciteiten, functionele beperkingen en indien mogelijk rekening houdend met de wensen van de belanghebbende, het meest doelmatig is met het oog op het te bereiken resultaat. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar, en de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 5.. Het college draagt zorg voor voldoende mogelijkheden aan ondersteuning en voorzieningen. 6.. Het college zendt jaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid van het beleid.

Rechtspraak bij dit artikel