In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
het RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990;
houder van een motorvoertuig: de eigenaar van een motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig of een persoon die een motorvoertuig van zijn/haar werkgever gebruikt of gebruiker is van een lease-voertuig;,
parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift verboden is;
parkeerplaats: een voor het rij- en openbaar verkeer opstaande plaats bestemd voor parkeren en als zodanig aangeduid gedeelte van de openbare weg of terrein;
privé parkeerplaats: een gebouwde, dan wel ongebouwde parkeervoorziening op eigen terrein of een voor parkeren bestemd terrein voor privé gebruik;
parkeerschijfzone: een zone, aangeduid met het bord E10 uit de bijlage van het RVV 1990, waarbinnen het gebruik van de parkeerschijf verplicht is op grond van de regels die daarvoor zijn gesteld in het RVV1990, artikel 25;
ontheffing: ontheffing van het gebruik van de parkeerschijf in een parkeerschijfzone;
ontheffinghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie de ontheffing is verleend;
hulpverleners: huisarts, thuishulp en verloskundigen;