Naar hoofdinhoud
Wko: Wet kinderopvang; peuteropvang: de verzorging, de opvoeding en het bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee jaar tot het tijdstip waarop die kinderen kunnen deelnemen aan het basisonderwijs; peuteropvanglocatie: voorziening waar peuteropvang en / of VVE plaatsvindt, anders dan gastouderopvang; houder: degene die een peuteropvanglocatie in stand houdt; gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang die ingeschreven staat in het Landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen. landelijk register kinderopvang en peuterspeelzalen; een register met gegevens van alle gecertificeerde kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen in Nederland; reguliere peuterplaats: een rekeneenheid die overeenkomt met een peuterbezoek van minimaal vijf uur en maximaal zes uur, verdeeld over twee dagdelen per week aan de peuterspeelzaal, gedurende maximaal 40 weken per jaar; bezettingsgraad: deelnemers aan de peutergroep gedeeld door de capaciteit van de groep x 100%; peutertoeslag: het college bepaalt jaarlijks het maximale subsidiebedrag per peuter per uur . ouderbijdrage: de inkomensafhankelijk bijdrage per maand die de houder vraagt aan ouders, gedurende 12 maanden per jaar voor twee dagdelen in de week; VVE: uitvoering van een door het college gesubsidieerd programma voor doelgroepkinderen dat wordt aangeboden binnen de peuteropvang en dat gericht is op het voorkomen en bestrijden van taal- en ontwikkelingsachterstanden; doelgroepkind: een kind dat in aanmerking komt voor VVE, gebaseerd op de gewichtenregeling (opleidingsniveau ouders); niet- toeslagouder(s): ouder(s) die geen recht heeft/hebben op de kinderopvangtoeslag van de rijksoverheid omdat zij niet beide werken.

Rechtspraak bij dit artikel