Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 31

Jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling werkorganisatie gemeenten Pekela en Veendam

1.. Het Dagelijks Bestuur maakt elk jaar de ontwerprekening van baten en lasten van het voorgaande dienstjaar op. Het Dagelijks Bestuur zendt op uiterlijk 1 april de ontwerprekening met de daarbij behorende bescheiden aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur zendt de ontwerprekening ter controle naar de door het Algemeen Bestuur daartoe aangewezen accountant, met het verzoek zo spoedig mogelijk het controlerapport uit te brengen. 2.. Het Dagelijks Bestuur zendt uiterlijk op 15 april de voorlopige jaarrekening aan de Colleges van burgemeester en wethouders en de Raden van de deelnemende gemeenten. 3.. De Colleges van burgemeester en wethouders en de Raden van de Deelnemers kunnen binnen tien weken na toezending van de ontwerprekening het Dagelijks Bestuur hun zienswijze schriftelijk doorgeven. 4.. Nadat de Adviescommissie tot onderzoek van begroting en rekening, indien deze is ingesteld, advies heeft uitgebracht over de ontwerprekening, het controlerapport bedoeld in lid 1 is uitgebracht en de eventuele zienswijzen van de Deelnemers zijn ontvangen, stelt het Algemeen Bestuur de rekening vóór 1 juli vast. 5.. Het Dagelijks Bestuur van het Openbaar Lichaam zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. 6.. Het besluit van het Algemeen Bestuur, houdende vaststelling van de rekening, strekt voor zover het daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft, het Dagelijks Bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.

Rechtspraak bij dit artikel