Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.7

Regels voor pgb

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Tilburg 2018

Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. Vastgesteld is dat ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen, en in staat zijn om de rechten en plichten die zijn verbonden aan het pgb op een verantwoorde manier uit te voeren. Bij de overweging welke voorziening in een pgb verstrekt kan worden, wordt eerst bekeken of laagspecialistische jeugdhulp met bijbehorende tarieven zoals genoemd in Bijlage 1 toereikend is voor de jeugdige en/of zijn ouders. Laagspecialistische jeugdhulp in pgb is veelal individuele ambulante begeleiding korter dan 110 uur, groepsbegeleiding minder dag 110 dagdelen of behandeling van minder dan 75 uur. Het tarief in bijlage 1 betreft een arrangementsprijs voor de gehele duur van het jeugdhulptraject. Als de jeugdhulp middels een pgb zoals genoemd in artikel 4.7, lid 3 niet toereikend is kan er hoogspecialistische jeugdhulp worden toegekend zoals genoemd in Bijlage 2. Dit betreft een tarief per eenheid, bijvoorbeeld uren of dagen. De hoogte van het persoonsgebonden budget binnen de hoogspecialistische jeugdhulp is het aantal benodigde eenheden maal het geldende tarief voor de benodigde jeugdhulp. De volgende voorwaarden zijn van toepassing op de berekening en de hoogte van het pgb: De hoogte van het pgb wordt bepaald aan de hand van de in het plan van aanpak beschreven resultaten en het budgetplan wat door de jeugdige en/of zijn ouders is opgesteld over hoe zij het pgb gaan besteden. De hoogte van het pgb is toereikend om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede jeugdhulp in te kopen. De hoogte van het pgb bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate individuele voorziening in natura. Het college houdt bij de vaststelling van de hoogte van het pgb rekening met het feit of er sprake is van professionele ondersteuning of ondersteuning in het informele circuit. Bij de differentiatie van tarieven zoals genoemd in artikel 4.7, lid 5, sub d wordt onderscheid gemaakt tussen geregistreerde jeugdhulporganisaties, -instellingen en zzp'ers die jeugdhulp leveren enerzijds en informele zorgverleners anderzijds. De tarieven die gebruikt worden voor alle toe te kennen voorzieningen in pgb worden genoemd in Bijlage 1 en Bijlage 2 van deze verordening. Jaarlijks per 1 januari vindt indexering plaats van de tarieven. Voor een individuele voorziening die start in 2018 en doorloopt in 2019 en verder geldt het volgende voor de indexering van de tarieven pgb: De tarieven van de voorzieningen laagspecialistische jeugdhulp genoemd in Bijlage 1 en de tarieven van voorzieningen 86, 87, 88, 89, 90, 95, 131, 132, 133, 134, 135 en 136 van de hoogspecialistische jeugdhulp in Bijlage 2 worden met de jaarovergang niet geïndexeerd. De tarieven van de producten hoogspecialistische jeugdhulp, met uitzondering van de tarieven van voorzieningen 86, 87, 88, 89, 90, 95, 131, 132, 133, 134, 135 en 136 worden met de jaarovergang wel geïndexeerd. De indexering bedraagt hetzelfde percentage als de indexering van de tarieven zorg in natura die wordt gebruikt voor de inkoop van jeugdhulp. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk: Voor persoonlijke verzorging en begeleiding. Bij de inzet van een persoon uit het sociale netwerk wordt door het college advies opgevraagd bij een extern bureau over de passendheid van deze inzet. Deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt. Gewaarborgd is dat de voorziening die met het pgb betaald wordt, van goede kwaliteit is. De jeugdhulpaanbieder dient te voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Het college kan in nadere regels aanvullende kwaliteitseisen stellen aan informele zorgverleners. De aanvraag voor een pgb omvat in ieder geval: De te treffen individuele voorziening en het beoogde doel; De vooringenomen uitvoering daarvan inclusief uitvoerder en kosten; De kwalificaties van de uitvoerder, en; Het college kan een pgb weigeren indien aan de jeugdige en/of zijn ouders in de afgelopen die jaren, voorafgaand aan de datum van het gesprek, een pgb is verleend en waarbij door de jeugdige of zijn ouders niet is voldaan aan de voorwaarden van het pgb; Tussenpersonen en belangenbehartigers mogen niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. Begeleidings- of administratiekosten mogen niet uit het pgb worden betaald. Om de afspraken tussen jeugdhulpaanbieder en de jeugdige en/of ouders vast te leggen wordt verplicht gebruik gemaakt van de modelovereenkomst van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde jeugdhulp, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s. Het college kan nadere regels omtrent pgb vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel