Bij de inzet van voorzieningen kiest het college voor
voorzieningen die beschikbaar, adequaat en toereikend zijn voor
het doel dat wordt beoogd.
Het doel van de inzet van voorzieningen is het bevorderen van
duurzame arbeidsparticipatie van jongeren door het opdoen van
werkervaring, het aanleren van vaardigheden en kennis, het
opdoen van werkritme, maatschappelijke participatie dan wel op
andere wijze vergroten van persoonlijke en maatschappelijke
zelfredzaamheid. Op grond hiervan is het aannemelijk dat voor
jongeren die zich richten op arbeid in zelfstandig bedrijf of
beroep in beginsel een voorbereidingstraject voor zelfstandige
arbeid wordt ingezet. Dat voor jongeren met een taalachterstand
in beginsel mede een taalscholing wordt ingezet. En dat voor
jongeren zonder startkwalificatie vooral ingezet zal worden op
opleidingen die de toegang tot de arbeidsmarkt bevorderen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Inzet van de voorzieningen
Onderdeel van Verordening werkleeaanbod Wet investeren in jongeren 2010