Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.

Prioritering in beleid

Onderdeel van Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2018

1.. Voor niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 7 lid 1a onder 7 van de Participatiewet geldt, dat ondersteuning en inzet van een noodzakelijk geachte voorziening alleen wordt geboden, indien het partnerinkomen niet meer bedraagt dan 120% van het netto Wettelijk Minimumloon als bedoeld in artikel 37 van de Participatiewet en het vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet, niet overschrijdt. 2.. Lid 1van dit artikel is niet van toepassing op personen die opgenomen zijn in het Doelgroepregister en onder verantwoordelijkheid van het college geplaatst worden op een baan met loonkostensubsidie. 3.. Verder geldt voor deze doelgroep dat: er een passief beleid wordt gevoerd; er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van een gezin met een groot risico op bijstandsafhankelijkheid; er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van kwetsbare schoolverlaters en jongeren als bedoeld in artikel 10d lid 2 of 10f onder a van de Participatiewet; er een aanbod wordt gedaan indien er sprake is van een concrete arbeidsvraag; hen in beginsel algemeen toegankelijke en incidentele voorzieningen worden geboden. 3.. Bij het opstellen van het plan van aanpak voor re-integratie wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, zoals bijvoorbeeld zorgtaken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel