**1..** Voor niet-uitkeringsgerechtigden als bedoeld in artikel 7 lid 1a onder 7 van de Participatiewet geldt, dat ondersteuning en inzet van een noodzakelijk geachte voorziening alleen wordt geboden, indien het partnerinkomen niet meer bedraagt dan 120% van het netto Wettelijk Minimumloon als bedoeld in artikel 37 van de Participatiewet en het vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de Participatiewet, niet overschrijdt.
**2..** Lid 1van dit artikel is niet van toepassing op personen die opgenomen zijn in het Doelgroepregister en onder verantwoordelijkheid van het college geplaatst worden op een baan met loonkostensubsidie.
**3..** Verder geldt voor deze doelgroep dat:
er een passief beleid wordt gevoerd;
er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van een gezin met een groot risico op bijstandsafhankelijkheid;
er een aanbod kan worden gedaan ingeval er sprake is van kwetsbare schoolverlaters en jongeren als bedoeld in artikel 10d lid 2 of 10f onder a van de Participatiewet;
er een aanbod wordt gedaan indien er sprake is van een concrete arbeidsvraag;
hen in beginsel algemeen toegankelijke en incidentele voorzieningen worden geboden.
**3..** Bij het opstellen van het plan van aanpak voor re-integratie wordt rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, zoals bijvoorbeeld zorgtaken.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.
Prioritering in beleid
Onderdeel van Nadere regels re-integratie en loonkostensubsidie Participatiewet 2018