**1..** Het college stelt ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst een vaste prijs vast, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet en het aangaan van een overeenkomst met een derde.
**2..** Het college stelt de prijzen, bedoelt in het eerste lid, vast:
overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht en
rekening houdend met de continuiteit in de hulpverlening tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners.
**3..** Het college baseert de vaste prijs op de volgende kostprijselementen:
de kosten van de beroepskracht;
een redelijke toeslag voor overheadkosten;
een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;
reis- en opleidingskosten;
overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.
**4..** Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren overige voorzieningen, in ieder geval rekening met:
de marktprijs van de voorziening, en
de eventuele extra taken die in verband met de voorziening van de leverancier worden gevraagd, zoals:
aanmeten, leveren en plaatsen van de voorziening;
instructie over het gebruik van de voorziening;
onderhoud van de voorziening, en
verplichte deelname in bepaalde samenwerkingsverbanden (bijv. wijkteams).
**5..** Het college stelt indien nodig bij nadere regeling de aanvullende kwaliteitsregels voor aanbieders vast.
Artikel 13.