Naar hoofdinhoud

Artikel 3:

Grenzen aan het mandaat, de volmacht en de machtiging

Onderdeel van Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit 2018

1.. Bij de verlening van mandaat, volmacht of machtiging houden het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar en de leerplichtambtenaar in zijn algemeenheid rekening met de volgende uitgangspunten: Er moet sprake zijn van efficiëntie en tijdwinst; Besluiten van privaatrechtelijke aard dienen binnen de daartoe bestemde budgetten te vallen waarbij de bepalingen van de budgethoudersregeling in het kader van het budgethouderschap in acht dienen te worden genomen; De in het mandaatregister genoemde mandaten, volmachten of machtigingen aan teammanagers en/of medewerkers dienen te vallen binnen de functieomschrijving van de teammanager en/of de medewerker. Het primair proces vastgesteld door het college 25 juli 2017 dient gevolgd te worden. 2.. Bij de verlening van mandaat, volmacht of machtiging moet er sprake zijn van tijdswinst. De navolgende zaken komen niet in aanmerking voor verlening van mandaat, volmacht en machtiging indien: Het een bestuurlijk/politiek gevoelige zaak betreft; Het besluit voor de aanvrager van negatieve aard is, uitgezonderd de negatieve besluiten die in dit mandaatbesluit met name zijn genoemd; Uit overleg met de portefeuillehouder, de burgemeester of de algemeen directeur blijkt dat zij willen dat het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders wordt voorgelegd; Het besluit een afwijking zou inhouden van bestaand beleid (beleidsregel of vaste gedragslijn), richtlijnen, voorschriften en bij gebruik van een hardheidsbepaling; Het besluit overschrijding van budgetten of kredieten zou inhouden; Een verleend mandaat omvat niet de bevoegdheid om een begunstigend besluit in te trekken, tenzij: a. Het een gebonden beschikking betreft waarbij de wettelijke regeling waarop de beschikking berust zelf voorziet in de mogelijkheid tot intrekking; b. Het mandaatregister hier expliciet melding van maakt. 3.. Het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan neemt een beslissing op bezwaar indien een bezwaar is behandeld door de onafhankelijke bezwaarschriftencommissie conform de Verordening commissie bezwaarschriften Steenbergen 2015. 4.. Hetgeen in het derde lid, tweede zin, is opgenomen is niet van toepassing op beslissingen op bezwaar die genomen dienen te worden naar aanleiding van bezwaarschriften die zijn behandeld door de ISD, mits de beslissingen op bezwaar overeenkomstig het advies van de commissie bezwaarschriften ISD worden genomen. 5.. Wanneer persoonlijke betrokkenheid van de verkrijger van het mandaat, de volmacht of de machtiging bij de uitoefening van bevoegdheden bestaat, vindt besluitvorming plaats door de hiërarchisch hoger geplaatste persoon binnen een team, in het geval van een teammanager door de directeur bedrijfsvoering en dienstverlening of een andere teammanager, in het geval van de directeur bedrijfsvoering en dienstverlening door de algemeen directeur/gemeentesecretaris en in het geval van de algemeen directeur/gemeentesecretaris door het bevoegde bestuursorgaan. 6.. Ingeval artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet van toepassing is, neemt het college van burgemeester en wethouders het besluit zelf, tenzij dit in de bij dit besluit behorende mandaatlijst anders is geregeld. 7.. Bij de uitoefening van bevoegdheden als bedoeld in het bij dit besluit behorende register wordt de geldende wet- en regelgeving in acht genomen. 8.. Doet zich één van de onder lid 2 genoemde bepalingen voor, dan wordt het nemen van het besluit overgelaten aan het oorspronkelijk bevoegde bestuursorgaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel