Na het Open Podium worden raadsleden in de gelegenheid gesteld om mondelinge vragen te stellen aan het college.
Het raadslid dat vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp voor aanvang van de vergadering bij de voorzitter.
Het onderwerp en de vragen dienen het algemeen belang te raken, importantie te bevatten en actueel te zijn.
De voorzitter kan weigeren een onderwerp aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende acht aangegeven, als de vragen niet voldoen aan de in het derde lid gestelde criteria of indien het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt.
De voorzitter bepaalt de volgorde waarin de aangemelde onderwerpen aan de orde worden gesteld.
De voorzitter kan per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college en de overige leden bepalen.
Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door het college krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de voorzitter aan de andere raadsleden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het stellen van vragen en de beantwoording worden geen interrupties toegelaten.
Toelichting artikel 19
Artikel 155, Gemeentewet stelt dat het leden van de raad vrij staat om mondeling en schriftelijke vragen aan het college te stellen. Dit artikel voorziet in het stellen van mondelinge vragen aan het college.
Hoofdstuk IV.
Artikel 19
Mondelinge vragen van raadsleden
Onderdeel van Reglement van Orde van de raad van Woerden 2018