Naar hoofdinhoud
De jeugdwet gaat bij de ondersteuning en hulp voor jeugdigen en gezinnen uit van de doelgroep tot en met 18 jaar. Ook bij de uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen wordt deze leeftijdsgrens gehanteerd. Ondersteuning kan ook na het 18e jaar nog plaatsvinden en doorlopen tot het 23e jaar voor zover deze hulp niet onder een ander wettelijk kader valt. Wij hanteren bij het opstellen van dit beleidskader met betrekking tot het preventieve stuk een leeftijdsgrens tot 23 jaar. Het huidige CJG richt zich nu ook al op jeugdigen tot 23 jaar, om te voorkomen dat deze doelgroep tussen wal en schip valt. Juist in de vroegvolwassenheid (18 tot 23 jaar) kan een stukje extra preventieve ondersteuning zinvol zijn. In de gemeente Oirschot woonden op 1 januari 2014 4.769 jeugdigen waarvan 3.721 jongeren jonger waren dan 18 jaar. Leeftijdscategorie Aantal jeugdigen in de gemeente Oirschot (peildatum 1 januari 2014) 0 t/m 3 jaar 641 4 t/m 11 jaar 1.585 12 t/m 17 jaar 1.495 18 t/m 22 jaar 1.048 Totaal 4.769 Bovendien waren er op deze datum in totaal 1.646 huishoudens met kinderen (Bron: stadsindex.nl). Het aantal leerlingen (4 t/m 12 jaar) dat onderwijs volgt binnen het primair onderwijs in onze gemeente bedraagt per 1 oktober 2013 1590. Zij volgen onderwijs op een van de zes basisscholen in onze gemeente. Het aantal leerlingen dat voortgezet onderwijs volgt bedraagt ongeveer 1200. Van deze Oirschotse leerlingen volgt ongeveer een derde onderwijs in Oirschot (Kempenhorst College) en een derde in Best (Heerbeeck College). Het Kempenhorst College heeft een duidelijk regionale functie. Ongeveer 1/3 van de leerlingen komt uit Oirschot, 1/3 komt uit Best en ongeveer 1/3 van de leerlingen is woonachtig in de omliggende regio. Uit landelijk onderzoek komt naar voren dat het met 85% van de jeugd goed gaat en dus op een normale manier kunnen opgroeien in de maatschappij. Met 15% gaat het (soms) wat minder en is extra ondersteuning of hulp nodig. Van die 15% is bij 5% sprake van zwaardere problematiek waarvoor intensieve hulp of zorg nodig is. We hebben geen aanwijzingen dat Oirschotse jongeren significant van dit beeld afwijken. Uit de GGD jeugdmonitoren (0-11 jaar en 12-18 jaar) concluderen we dat het merendeel van de Oirschotse jeugd zich over het algemeen gelukkig voelt: 84% van de ouders van kinderen tot 11 jaar ervaart hun kind over het algemeen als “blij”. Van de jongeren tussen de 12 en 18 jaar ligt dit percentage op 72%. De Oirschotse jeugd verschilt hiermee nauwelijks van de jeugd in Zuidoost Brabant. Voor een specificatie van het beeld van de Oirschotse jeugd verwijzen we naar bijlage 2. Deze uitkomsten laten zien dat het meer dan verantwoord is een beleid te maken dat zich richt op een brede doelgroep waarbij aandacht is voor een speciale groep met wie het niet zo goed gaat. De aard van de problematiek bij Oirschot jeugdigen komt ook overeen met het landelijk beeld. Zo zien we bepaalde problematieken ook in Oirschot terugkomen zoals een gebrek aan beweging, overgewicht en leefstijl (zoals gezond eten), pesten of gepest worden (ook via internet en social media), de relatie met ouders gedurende de puberteit en de vragen die jongeren bezig houden en onzeker maken. Ook de mate waarin jongeren zeggen hulp te zoeken verschilt nauwelijks van andere Nederlandse jongeren. Hierbij zoeken jongeren vooral naar hulp en ondersteuning in de directe omgeving (via leerlingbegeleider/ mentor, huisarts of vertrouwenspersoon op school). De meest voorkomende hulpvragen zijn hieronder weergegeven. Daarnaast zien we in Oirschot wel enkele opvallende zaken terugkomen. Zo zien we het hoge percentage dat lid is van een (sport)vereniging. Aan de andere kant ervaren jongeren Oirschot wel als wat saaier. Opmerkelijkste resultaat is wel alcoholgebruik onder de jeugd dat hoger is dan elders in de regio. Vooral het percentage forse drinkers (>20 glazen per week) is onder jongeren fors te noemen. In bijlage 1 hebben we een overzicht opgenomen van veelgestelde vragen door Oirschotse ouders aan het CJG in 2013. Dit geeft een goed beeld van de vragen waar zij mee rondlopen. Naast bovenstaand beeld van de Oirschotse jeugd merken we op dat uit diverse onderzoeken is gebleken dat de regio Zuidoost-Brabant een opvallend hoger percentage jeugdigen met een autisme spectrum stoornis kent dan de rest van Nederland. Hoewel nooit wetenschappelijk onderbouwd lijkt autisme vaker voor te komen in regio’s met veel technologische bedrijven en kenniswerkers, waaronder de regio Eindhoven (Brainport). Met name in het kader van passend onderwijs is dit een aandachtspunt, temeer omdat hier bij de vereveningsopdracht vanuit het Rijk geen rekening mee wordt gehouden. Een tweede aandachtspunt dat in het kader van passend onderwijs aandacht behoeft, met name ten aanzien van de afstemming tussen onderwijs en gemeente is de wijziging die plaats gaat vinden met betrekking tot jongeren die nu vanuit de AWBZ zorg op school gefinancierd krijgen. Dit betreft leerlingen die persoonlijke verzorging, begeleiding of verpleging op school ontvangen. Vanaf 1 januari 2015 wordt deze zorg op een andere manier (vanuit de Jeugdwet of via zorgverzekaars) gefinancierd. Jeugdgezondheidszorg (GGD) De gemeente Oirschot kent relatief weinig reguliere GGD onderzoeken. Het percentage doorverwijzingen ligt echter relatief hoog (bijna 10 %). (Bron: PON Doelgroep- en financiële analyse van het voorliggend veld 2013) Doelgroepen die specifieke ondersteuning nodig hebben Hieronder volgen enkele kengetallen met betrekking tot de verschillende nieuwe vormen van jeugdhulp die per 1 januari 2015 overkomen naar de gemeente Oirschot. Voor een toelichting op de verschillende zorgvormen verwijzen we naar bijlage 6. Tabel. Aantal jeugdigen in Oirschot dat in 2011 gebruik heeft gemaakt van jeugdzorgvoorzieningen, dan wel een indicatie heeft dat recht geeft op deze jeugdzorgvoorzieningen Aantal jeugdigen Oirschot 0 tot 18 jaar (2011) in % van het totaal aantal jeugdigen in Oirschot* (4.769 jeugdigen in Oirschot) Ambulant 27 0,6 % Verblijf deeltijd/ voltijd 2 0,04 % Pleegzorg 5 0,1 % AWBZ- zorg aan jeugd zonder verblijf 90 1,9 % AWBZ- zorg aan jeugd met verblijf 5 0,1 % Zvw: jeugd GGZ eerste lijn 65 1,4 % Zvw: jeugd GGZ tweede lijn zonder verblijf (DBC) 121 2,4 % Zvw: jeugd GGZ tweede lijn met verblijf (DBC) 0 0 % * Peildatum 1 juli 2011 M.b.t. opgroeien in veiligheid zien we dat de volgende cijfers terugkomen: Tabel. Aantal jeugdigen in Oirschot in 2011 dat te maken heeft gehad met jeugdbescherming, jeugdreclassering, geplaatst is in een gesloten jeugdzorginrichting (jeugdzorg plus) of gemeld is door AMK Aantal jeugdigen Oirschot 0 tot 18 jaar (2011) in % van het totaal aantal jeugdigen in Oirschot* Jeugdbescherming 1 0,02 % Jeugdreclassering 4 0,08 % Gemelde kinderen AMK 15 0,3 % Gesloten jeugdzorg 0 0 % Uit bovenstaande cijfers kunnen we de volgende conclusies trekken: Jeugd en Opvoedhulp (ambulant, verblijf deeltijd/voltijd, pleegzorg) De gemeente Oirschot kent een laag aantal jeugdigen dat in 2011 een beroep heeft gedaan op Jeugd en Opvoedhulp (J&O). Het gemiddelde aantal jeugdigen dat in 2011 een beroep heeft gedaan op J&O is in Zuidoost-Brabant 1,7 %. Voor de gemeente Oirschot is dit aantal slechts 0,8 %. Het gaat hier om 30 jeugdigen in Oirschot ten opzichte van het totaal aantal jeugdigen in Oirschot van 0 t/m 17 jaar. Dit aantal is uit te splitsen in 90 % ambulant (27 jeugdigen), 6,7 % residentieel (2 jeugdigen), 3,3 % daghulp (1 jeugdige), 16,7 % pleegzorg (5 jeugdigen) en 0 % observatie. (Bron: PON Jeugdzorg in Beweging Regiorapportage Zuidoost-Brabant) Clienttrajecten BJZ Het aantal jeugdigen uit Oirschot in een cliënttraject bij BJZ is relatief laag. Op 31 december 2011 zaten 3.450 unieke jeugdigen uit Zuidoost-Brabant in een cliënttraject bij BJZ. Dat is 1,9% van het totaal aantal jeugdigen (151.935). In de gemeente Oirschot ligt dit percentage 1,3 % (50 van de 3.929 jeugdigen tot en met 17 jaar). (Bron: PON Jeugdzorg in Beweging Regiorapportage Zuidoost-Brabant). AWBZ-zorg Er is weinig bekend over specifieke AWBZ-jeugdzorg. In Oirschot gaat het om 95 jeugdigen. Uit een onderzoek van Woittiez e.a. (2012) blijkt dat er de laatste jaren een groei te zien is van het aantal jongeren met een vraag naar zorg via de AWBZ. De instellingsgegevens bieden echter geen zicht op het aantal jeugdigen dat zorg in het particuliere circuit krijgt vanuit de AWBZ met een pgb. Jeugd-GGZ In heel Zuidoost-Brabant heeft 3,4 % van het aantal jeugdigen een beroep gedaan op de 2e lijns jeugd-GGZ met een in 2011 afgesloten Diagnose Behandelcombinatie (DBC). Dit aantal ligt in Oirschot een stuk lager op 2,4 % (121 jeugdigen). (Bron: PON Doelgroep- en financiële analyse van het voorliggend veld 2013). De totale kosten van de afgesloten DBC’s voor jeugdigen van de gemeente Oirschot bedroegen in 2011 423.284 euro. De kosten van een gemiddeld Oirschots traject bedroegen 3.498 euro. Dit gemiddelde trajectbedrag ligt lager dan het gemiddelde in de regio Zuidoost-Brabant: 4.536 euro per cliënttraject. (Bron: PON Jeugdzorg in Beweging Regiorapportage Zuidoost-Brabant) Jeugdbescherming (OTS en voogdij), Jeugdreclassering, AMK en gesloten jeugdzorg Het aantal jeugdigen in het gedwongen kader (jeugdbescherming en jeugdreclassering) ligt ook relatief laag in de gemeente Oirschot). In Oirschot ligt dit aantal op 6 jeugdigen (0,2 %), 1 jeugdige heeft een maatregel (voorlopige) voogdij opgelegd gekregen (0,03 %) en 4 jeugdigen hebben een JR maatregel opgelegd gekregen (0,1 %). In heel Zuidoost-Brabant heeft 0,4 % van de jeugdigen een maatregel (voorlopige) ondertoezichtstelling opgelegd gekregen; 0,1 % heeft een maatregel (voorlopige) voogdij en 0,2 % heeft een JR maatregel opgelegd gekregen. (Bron: PON Jeugdzorg in Beweging Regiorapportage Zuidoost-Brabant). Omdat bij adviezen en consulten de gemeente van herkomst van jeugdigen (bewust) niet geregistreerd wordt, kan alleen van AMK onderzoeken informatie op regionaal niveau en niet op het niveau van de gemeente Oirschot inzichtelijk worden gemaakt. Ook zijn de gegevens van de gesloten jeugdzorg (JeugdzorgPlus) nog niet vrijgegeven. Onderwijs in relatie tot jeugdhulp Ook vanuit het onderwijs wordt vaak ondersteuning geboden aan jeugdigen. Dit kan parallel aan ander jeugdhulpverleningsaanbod plaatsvinden. We hebben hiervoor cijfers in beeld gebracht. Op 1 oktober 2010 waren er in Oirschot 2.069 kinderen woonachtig in de leeftijd van 4 tot 12 jaar en 1.467 jongeren van 13 tot 18 jaar. Van de eerste categorie waren er toen 88 leerlingen geïndiceerd (ongeveer 4%). Van de categorie 13-18 jaar waren 166 leerlingen geïndiceerd, ongeveer 11%. In bijlage 3 hebben we deze indicaties en de schoolsoorten verder uitgewerkt. Hieruit blijkt dat er procentueel gezien meer indicaties worden gesteld op het voortgezet onderwijs dan op het basisonderwijs. Bovendien blijkt dat van de geïndiceerde leerlingen van 4 tot 12 jaar 53% buiten Oirschot naar school gaat omdat zij extra zorg nodig hebben. Van de geïndiceerde jongeren van 12 tot 18 jaar is dit ongeveer 50%. Daarnaast zijn er leerlingen die wel (meer) hulpbehoevend zijn, maar hier geen extra indicatie voor krijgen. Het gaat bijvoorbeeld om leerlingen die hoogbegaafd of dyslectisch zijn. Op basis van bovenstaande cijfers en het aantal geïndiceerde leerlingen dat buiten Oirschot naar school gaat lijkt het logisch te zoeken naar creatieve oplossingen waardoor leerlingen minder vervoerd hoeven worden en meer thuisnabij in de eigen omgeving onderwijs kunnen volgen. Met name het zoeken naar slimme combinaties zoals de verticalisering 1 Hiermee bedoelen we het creëren en intensiveren van de samenwerking tussen het primair en het voortgezet onderwijs), met name (in dit geval) daar waar het gaat om leerlingen die extra zorg nodig hebben. van het lokale onderwijs en de subregionale samenwerking met Best (en Veldhoven) bieden wellicht mogelijkheden. Wel hebben we op regionaal niveau afgesproken niet op lokaal niveau initiatieven te ontplooien als deze regionale effecten (kunnen) hebben, bijvoorbeeld ten aanzien van leerlingenstromen, huisvesting of leerlingenvervoer. We werken hierbij daarom altijd samen met omliggende gemeenten en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Door het Rijk zijn samenwerkingsverbanden passend onderwijs bepaald. In Oirschot valt het primair onderwijs onder het samenwerkingsverband PO3009 Stichting samenwerkingsverband Passend Onderwijs De Kempen. Hieronder vallen de gemeenten Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Het voortgezet onderwijs valt onder de Stichting Regionaal samenwerkingsverband Eindhoven en Kempenland. Hieronder vallen Eindhoven, Veldhoven, Son en Breugel, Eersel, Best, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Bladel, Valkenswaard, Reusel-De Mierden, Bergeijk, Waalre, Oirschot en Heeze-Leende.

Rechtspraak bij dit artikel