**1..** Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan drie jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden en voor die gedraging een verlaging van € 340 of minder kan worden opgelegd, of
de gedraging meer dan vijf jaar voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden en voor die gedraging een verlaging van meer dan € 340 kan worden opgelegd.
**2..** Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.